De Vluchtheuvel

Norger herinneringen

De Vluchtheuvel
Een begrip in de wijde omgeving. Vele niet-Norgers kennen Norg door een bezoekje aan de Vluchtheuvel

De naam "De Vluchtheuvel" stamt uit de naoorlogse jaren. Het begin van dit bedrijf gaat terug tot de vroege jaren dertig. Op een open plekje in de Gosterduinen dacht de aan het Westeind wonende Piet Ubels, in de volksmond ook wel 'Piet Bokking' genoemd, op mooie zondagen wel een extra centje te kunnen verdienen door een houten gebouwtje te plaatsen op een stuk grond, dat hij huurde van Hendrik Oortwijn uit Norg. Hij verkocht hier vis aan de vele passanten en bezoekers van de mooie Oosterduinen, die op zondag vanuit Groningen en wijde omgeving naar Norg kwamen. Hij bouwde het geheel steeds verder uit, totdat hij in mei 1934 vertrok en Oortwijn het houten gebouw en bijbehorende grond verkocht aan Dirk Hasper en echtgenote Jitsche Hasper-de Vries. Overigens was hier wel het recht van beklemming bij uitbedongen. Dit recht van beklemming kennen we in ons land eigenlijk alleen in Groningen en Drenthe en betekent dat de verkoper zich het recht voorbehoudt (een deel van) de grond zelf in gebruik te houden. Het eerste wat de familie Basper deed, was een kamer van steen achter het houten gebouwtje bouwen. Ze hadden drie kinderen, Anje (*1923), Trijntje (*1926) en Jan (*1928) en bleven in het bedrijf tot mei 1939.

Dierentuin
Kijkje in het Vogel- en Dierenpark van De Vluchtheuvel in 1957.

Toen kocht Albertus J. Bosscha het bedrijfje, maar men kan zich voorstellen dat er in de oorlogsjaren niet al teveel activiteiten plaatsvonden. Ondanks de crisisjaren en de oorlogstijd was het 'Paviljoen Oosterduinen' intussen al wel een begrip geworden en was de basis gelegd voor het latere grote recreatiepark, want men bouwde een draaimolen, twee hoge schommels, een wipplank en er was zelfs een kooitje met eekhoorns. In het parkje stond een tafel met een teil en water, zodat men zich na het bezoek eerst weer even kon opfrissen. Op 28 november 1945 ging 'Bertus' Bosscha, zoals hij in de volksmond werd genoemd 'officieel' weer open. Zij waren het die de naam veranderden in 'De Vluchtheuvel', een naam die het bedrijf ruim een halve eeuw later nog siert. Maar er gebeurde nog veel meer, want ruim twee jaar nadien besloeg het park al een oppervlakte van ruim 2 ha. Daartoe waren in de winter van 1956/57 een twintigtal ruime vogelverblijven gebouwd, een nieuwe grotere hertenkamp en een nieuw kraanvogelpark aangelegd. In het voorjaar van 1957 werd het park uitgebreid met vele soorten exotische vogels en dieren en, zoals de Leekster Courant toen schreef: 'waaronder zeer kostbare en zeldzame exemplaren, als: kraanvogels, verschillende soorten papegaaien, ara's, kakatoes, neushoornvogels, kanaries, toekans, nijlganzen, kitta's, ponies en vele andere soorten vogels en dieren.'

Leeuwen en apen
Krantenartikel 1972

Maar het eind was nog lang niet in zicht en enkele jaren later sierden ook apen en zelfs leeuwen het park. Voor veel Norgers hoefde dat laatste trouwens niet zo nodig, want vooral in de nachtelijke uren hielden ze velen niet alleen uit de slaap, maar waren ook de oorzaak van angst bij veel Norgers, want stel je voor dat ze ontsnapten. Het betekende echter wel dat het aantal bezoekers jaarlijks met grote sprongen omhoog ging en schoolreisjes in dit park een zeer gewaardeerde eindbestemming vonden. De familie van der Heuvel verkocht in 1959 het bedrijf aan zijn compagnon Meppelder. In 1966 nam Johannes Rendert Kooistra het bedrijf over, die het zes jaar later overdroeg aan zijn zoon Sjoerd. De wilde dieren waren intussen allemaal verdwenen en er kwamen andere attracties. Verschillende andere exploitanten volgden elkaar in de daarop volgende jaren in hoog tempo op, maar waren in feite allemaal beheerders van bv's die eigendom waren van Kooistra. Op 1 februari 1988 kwam het bedrijf in handen van de familie Robijn die het op haar beurt op 1 september 2000 weer verkocht.

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch