De Marke

Norg - De Marke

De Marke

Zoals reeds gezegd, bestond er een nauwe verwantschap tussen buurschap en marke. Immers houdt ook in "gezamenlijk grondbezit". Ze zijn dus in zekere zin gelijkwaardig. De marken zijn ontstaan toen de bevolking toenam en men overging tot het merken van bepaalde gebieden, ten einde nieuwkomers te weren. Stenen werden ter afbakening geplaatst en zo werden de grenzen aangegeven. (Nog heden ten dage treft men de zgn. vorestenen op de akkers aan.) Vanaf dat moment moesten de bewoners-markegenoten regels opstellen, opdat ieder recht werd gedaan.

Oorspronkelijk was elke hoeve gerechtigd in de marke voor een gelijk deel, zgn. "Waardelen ". Zo'n waardeel was aanvankelijk verbonden aan het erf en kon daarvan niet worden losgemaakt. In de loop der eeuwen verwaterde dit stelsel van aan de grond, aan een bepaald erf gebonden waardelen en begonnen deze rechten zich meer en meer te hechten aan de families, die het recht uitoefenden en dikwijls van generatie op generatie op een bepaalde hoeve woonden. Dit had tot gevolg, dat deze meer en meer persoonlijk geworden rechten ook overerfelijk werden, of bij een huwelijk of koop konden overgaan. Zo zien wij op den duur een toestand ontstaan, dat één markegenoöt in een marke voor b.v. 13/16 waardeel gerechtigd is, terwijl een andere markegenoot slechts over 5/8 waardeel beschikt. Deze ontwikkeling hield tevens in, dat men, om in een bepaalde marke gerechtigd te zijn, niet persé in de tot die marke behorende dorpsgemeenschap behoefde te wonen. Zo kon b.v. een inwoner van Vries door erfenis of anderszins behoren tot de markegenoten van Norg. Dit gaf bij de tenuitvoering van de scheiding der markegronden in 1886 grote moeilijkheden omdat in vele gevallen nauwelijks meer uit te maken was, wie in een bepaalde marke gerechtigd was en wie niet. En bovenal op welk aandeel iedere markegenoot, gezien zijn waardeelbezit, aanspraak kon maken.

Het kwam soms voor, dat, door versnippering bij vererving enz. het waardelenbezit moest worden uitgedrukt in breuken, waarvan de noemer in de vier cijfers liep. Na 1600 werd het waardeel als zelfstandig hesehou wd en kon apart worden verkocht. Keuters en kleine zelfstandigen, zoals ambachtslieden en burgers hadden in de regel geen waardeel en dus ook geen stem in het kapittel. Het bestuur van een marke werd gevormd door "volmachten", gekozen uit de boeren. Ook de markegenoten hadden verschillende "willekeuren", zoals het weiden van vee en varkens, het steken van plaggen en zoden, onderhoud van wegen en waterleidingen, schouw enz. Wij hebben in Drenthe nog op verschillende dorpen goed werkende marken, zo ook in Norg, waar nog ieder jaar wordt vergaderd en waar b.v. wordt beslist over de verkoop en aanplant van bomen op de brinken of wegen, het opmaken van wegen enz.

Werken als het gezamenlijk opmaken van wegen, noemde men "boerwaarken". Naast boerwaarken kende men ook "bee-waarken". Dit woord is afgeleid van "bede", dus m.a.w. bede om hulp, wanneer b.v. de boer ziek werd en het gezin zonder mankracht kwam te staan. Dan schoten de "naobers" (buren) toe. Dit werk gebeurde echter vrijwillig, in tegenstelling met het boerwaarken, waartoe men door de volmachten verplicht werd gesteld. Ook nu nog bestaat in vele Drentse dorpen, zo ook in de rondom Norg liggende gehuchten, dit vertoon van gemeenschapszin al noemt men het geen "bee-waark" meer. De marke is altijd een stuk bewijs geweest voor de zelfstandigheid en vrijheid der Drentse eigenerfden. In 1838 bedroeg het markebezit nog 15000 ha, in 1861 nog 3300 ha en thans nog enkele honderden hectares.

De marke Norg, Zuid- en Westervelde is vanouds één marke geweest (Rijksarchief Marken). Het gebied van de marke wordt in 1810 als volgt omschreven: "Het Noordbroek en Veldingerbroek, zijnde gemeene weiden in de marke Norg, Zuid- en Westervelde, doch aan die van Norg afzonderlijk toegedeeld; het Hulsebos en Tempelstukken, zijnde weiden als voren, doch aan die van Zuidvelde bijzonder afgedeeld; het Tempelstuk alsmede gelijke weiden voor die van Westervelde in eigendom afgezonderd; het Florisland, zijnde 27 opslagen veen, gelegen ten Westen van de gemeene marke van Norg, Zuid- en Westervelde en aan die van Zuid- en Westervelde toebehorende.

Dit betrof echter een gedeelte van de marke, die veel groter was. Iedere boerschap hield een eigen schapendrift". De marke Norg, Zuid- en Westervelde wordt gescheiden bij notariële acte van 15 februari 1843, gepasseerd voor notaris H.H. van Lier te Assen. Bij de verdeling van de marke Norg, Zuid- en Westervelde ontstonden er een aantal nieuwe veel kleinere marken, waarvan de marke van Norg er één was. Op 22 oktober 1871 vond de scheiding plaats tussen de marken Oost- en Westeinde van Norg. 24 Augustus 1874 werd Norg-Westeinde definitief verdeeld onder de waardeelhouders, maar ze behield het bezit van enige brinkgronden in Norg, die vooral in verband met de staangelden op markten en kermissen een regelmatige bron van inkomsten voor de marke bleven.

Een verdeling van het gemeenschappelijk terrein Norg, Zuid- en Westervelde omtrent de Norgervaart en het bos Brul werd goedgekeurd bij K.B. van 19 februari 1842. Het Vellingerbroek rondom het bos Brul is gescheiden bij acte van 20 februari 1874; Zuid velde, met uitzondering van de brinkgronden, op 27 september 1878 ; Westervelde 15 december 1867. In een acte van 26 januari 1866 komt de scheiding van de marke van EEN, groot 1789 roeden en 80 ellen tot stand, onder voorwaarde dat de eigendom der markewegen overgaat aan de eigenaars of verkrijgers der aanliggende gronden. De scheiding van de marke van Peest vond plaats in 1878. Die van Langelo in 1880. Het Norgerholt en het Esmeer bleven aan Norg, Zuid- en Westervelde. Deze waardelen zijn later overgenomen door de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten.

Werden door de eerste bewoners kluften en gehuchten gevormd om de gemeenschappelijke belangen van allen te behartigen, nu zien wij op veel Drentse dorpenjuist een verspreiding optreden door ruilverkavelingen. In de gemeente Norg is alleen een ruilverkaveling in Langelo tot stand gekomen en hier en daar een poging tot vrijwillige kavelruil, waarvan Peest en Westervelde gedeeltelijk zijn geslaagd. Door het landelijk saneringsplan (plan Mansholt) zijn veel kleine boeren verdwenen, waardoor vrijgekomen land, deels in handen van grotere boeren en deels in handen van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en dergelijke instanties is overgegaan. Dit heeft er toe geleid, dat veel oude boerderijen in het dorp werden afgebroken en weer verbouwd tot tweede- of recreatie woning. Dat deze gang van zaken afbreuk doet aan het dorpseigene, hoeft geen betoog. Dit beeld zal nog verergeren, als ook door het verplichte "tankmelken" een groot aantal boeren niet de hiermee gepaard gaande hoge kosten wensen te investeren. Zij worden gedwongen er na 1980 mee op te houden.

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch