Kerspel

Het Kerspel Norg

Kerspel

Vooreerst rijst de vraag: "Wat is een Kerspel en hoe is het ontstaan?"

Een kerspel is een parochie. Het Kerspel ontstond bij de invoering van het Christendom door de kerkstichting. Voor die tijd waren er alleen buurschappen. In de dichtstbevolkte plaatsen werden de kerken gesticht. De indeling in Kerspelen (parochies) is als de belangrijkste te beschouwen. Het kerspel was immers rechtsgebied. De oudste kerken in Drenthe zijn de Dingspilkerken van Anloo, Beilen, Diever, Rolde, Sleen en Vries. Dit waren de Moederkerken, die in de 9e eeuw ontstonden. In de 11 e, 12e, 13e en 14e eeuw kwamen er nog nieuwe kerspelen door kerkstichtingen bij.

In de Drentse dorpen was de zorg der kerspelgenoten niet enkel beperkt tot de burgerlijke zaken, doch deze strekte zich ook uit tot de kerk en wat daarmee samenhing. In de kerspelrekeningen treft men dan nevens de uitgaven betreffende goorspraken, beloning van de Schulte, inkwartiering en transporten, bezoldiging en uitrusting van de kerspelsoldaat enz., posten en aantekeningen aan, betreffende het onderhoud der kerk, de inkomsten van pastorie en kosterij enz..

In 1597 behoorden tot het kerspel Norg: de pastorie, het huis van de Vicaris, 25 mud bouwland, 8 mat hooiland, één waardeel in de Marke van Norg. Bij de Vicarie behoorden 34 mud bouwland,10,5 mad hooiland en een huis te Veenhuizen, afkomstig van de voormalige kapel aldaar.

Volgens het register der predikantstraktemen ten in Drenthe, daterende van 1632, bestond het inkomen van de predikant te Norg uit: "huys, hoff, waerdeel, 24 mudden lands, een kamp van 2 mudden lands en 10,5 dachmaat hooylands", terwijl bij de Vicarie tot Norch behoorde: "6 mudden boulandt, 3 dachmaet hoylands, land tot Veenhuysen van 4 mudden rogge, 7 dachmaet hoylandt, een erve tot Langeloo, een huys, hoff, gaerden, 21,5 mudden lands, 3 mudden 2 schat rogge als erfpacht en 11,5 dagwerek boulandt". Samen toen geschat op een opbrengst van f 375,-.

Bij de opgave werd tevens genoteerd: "Bij resumtie (samenvatting) bevonden, dat yder volle Bourstede (boerderij) op allen nyen jaeren een halff mud de rogge aen den Prediker betaelt. Die halve boursteden ende Coeters (Keuters) naar advenant (verhouding), doch seggen daartoe neyt geholden te syn, maer vrijwillich ende sonder consequentie ingewillicht te hebben". Gedep. magtigden den 23 september 1602 de kerkvoogden om het tekortschietende van de vertimmering der kerk en "wedeme bij uitsettinge" (omslag) door de ingezetenen te doen betalen.

Op 14 juli 1603 gelastten Gedep. de ingezetenen de begonnen nieuwe pastorie dadelijk op te timmeren en tegen St. Michael deur, dak en wand digt te leveren, daar bij nalatigheid zij zulks zouden laten doen op dubbele kosten van het kerspel. Tevens werd hun toegestaan, de steen en van de verwoeste kerk te Veenhuizen tot de pastorie te mogen gebruiken, bijaldien anderen daarop geen aanspraak maakten en de onderwijzer gelast na de optimmering der pastorie zich dadelijk met de woning uit de kerk te begeven en zijne woonplaats in de school te nemen, die ook vanwege het kerspel naar behoren zou hersteld worden.

Hieruit schijnt opgemaakt te worden dat de predikant toen in de kosterij gewoond heeft. Tevens bewijst het ons, dat de eerste pastorie reeds in 1602 is gebouwd en wel met gebruik van stenen van de verwoeste kerk uit Veenhuizen, en dat de kloostermoppen die bij de grondwerkzaamheden bij het bouwen van de Brinkhof werden opgegraven van deze oude pastorie afkomstig zijn. Hij brandde in 1711 af maar werd in 1872 weer opgebouwd.

Toen Hernardus Johannis Crijte, predikant alhier verzocht, dat men hem de opkomsten van de St. Maartens en St. Nicolaas vicariën (waarvan de Lunches te Norg beweerden het recht van collatie te hebben) tot zijn onderhoud wilde laten volgen en dit verzoek door de gemeente gunstig aanbevolen en ondersteund werd, is hem dit bij provisie en tot revocatie, door Drost en Gedep. toegestaan den 22 julij 1604.

Dezelfden verklaarden den 1 november 1621, dat de gemeente 2/3 van de opkomsten der beide vicariën, bij provisie en elk der partijen onverkort zijn regt van collatie ten principale behouden en gebruiken zou, ten behoeve van de respectieve predikant en dat Lunsche het 1/3 op dezelfde wijze zou trekken en gebruiken tot onderhoud van een student in de godgeleerdheid studeerende, of van den pred., naar zijn keuze, maar wanneer het huis op de vicarie staande herstelling nodig had, dat Lunsche, of de student daarop studeerende, 1/3 in de kosten zou dragen. Herman Lunsche te Westervelde, erfgenaam van zijn broeder Johan Lunsche, eiste van de kerkvoogden van Norg teruggave van 22 daalders, 17Ih stuiv. door Johan verschoten tot optimmering van het vicariehuis. Drost en Gedep. rieden den 17 mei 1627 partijen aan, zich in der minne te verstaan.

Sommige predikanten bezaten vroeger een eigen koets met paard, waarmee ze bij slecht weer en winterdag huisbezoeking in de omliggende dorpen deden en waarvan ze ook bij begrafenissen of ziekenbezoek gebruik maakten.

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch