Kerspel

De Etstoel van Drenthe

Etstoel

In 1537 wordt voor het eerst gesproken van Ridderschap en Eigenerfden. Van die tijd ongeveer af dateert de scheiding tussen rechtspraak en wetgeving. Als voorzitter fungeerde de Drost wiens waardigheid gesproten is uit die van de advocatus, de vertegenwoordiger van de Bisschop van Utrecht, als graafvan Drenthe. In 1395 verschijnt de titel van ambtsman, in 1396 wordt gesproken van Drost. Sedert het laatst van de 16e eeuw treedt de Drost op als vertegenwoordiger van de door Ridderschap en Eigenerfden gekozen stadhouder.

Behalve het voorzitten van de zittingen van de Etstoei was de Drost verplicht tot het houden van een "dynck", driemaal in het jaar, in ieder Dingspil. Ook kon hij op verzoek onder bijzondere omstandigheden in het dingspil een "goe- of goerspraecke" houden. Zoals reeds genoemd, hadden de Drenthen vanouds hun eigen selfstandige en souvereine rechtspraak, welke werd uitgeoefend door de Etstoel.

Deze bestond uit de Drost en 24 Etten, t .w. uit ieder der 6 Dingspelen in Drenthe. "Ette" betekent eigenlijk "Vader", ofwel oudste ingezetene. Een Ette werd met medewerking van de Drost door Ridderschap en Eigenerfden gekozen. Hij vormde het hoogste rechtscollege, maar was (tot omstreeks 1600 de Gedeputeerde Staten werden ingesteld) tevens in zekere zin College van Bestuur. Elk jaar moesten 12 Etten op de eerste maandag na Pasen (Zwoeren-maendag geheten) aftreden en werden weer nieuwe gekozen.

De rechtszittingen werden sedert 1399 uitsluitend te Rolde en Anloo gehouden. Uit het Landrecht van 1412 blijkt dat het daarvoor ook in Balloo geschiedde. Daar had de eerste en voornaamste zitting plaats, waarin jaarlijks de rechters werden gekozen. Nergens is echter sprake van een "Ballooër Kuil", welke de Rolder predikant Picardt er eerst 250 jaar later aan gegeven heeft. De Ballooërs zelf wezen (omstreeks 1848) een kuil aan, onmiddellijk bij Balloo gelegen, onder de naam "Drostenkuil". Als Etten hadden recht gesproken, dan werden deze uitspraken algemeen als wettelijk erkend. Ze heetten "Ordelen". De zittingen die Drost en Etten voor de rechtspraak hielden, heetten "Lottingen", welke driemaal per jaar werden gehouden achtereenvolgens te Balloo, Rolde en Anloo.

Hoewel het de gewoonte der Germanen was, in openlucht rechtspraak te houden, zijn er ook gevallen bekend dat een Lotting (waarschijnlijk vanwege het slechte weer) in de kerk en in de spiker werd gehouden. Het woord "spiker" of "spijker" stamt af van het Latijnse Spicarium, een plaats waar "spicae" d.w.z. aren waren geborgen. Een bergplaats dus van aren, of, in ruimere zin genomen, van korenschoven.

Hier wordt bedoeld een gebouw of bergplaats, waar de pachter tienden enz. inde, welke in natura door de grondgebruikers of cijnsplichtigen, hetzij aan de bisschop, aan geestelijke instellingen, kloosters of afwonende grootgrondbezitters moesten worden voldaan. De pachten bestonden veelal uit rogge, haver, gerst, vlas, boter, eieren, kippen, honing, boomvruchten enz. en later uit pachtpenningen.

In Drenthe zijn de centrale spijkers van de Bisschoppelijke goederen te Coevorden en de spijker van het Kapittel van Sint Pieter te Uffelte, ongetwijfeld de belangrijkste geweest. Voor Etten gold de verplichting dat zij aanwezig zijn, wanneer "de clocke slaet en de Droste sitten gaet". Zij mochten niet wegtrekken voor de vergadering was gesloten en de lotting opgeheven. Voorts was bepaald: "Het lotting moet beginnen 's morgens vroeg met klimmende sonne". De Etten moeten bij het aanvaarden van hun ambt een eed zweren, die aldus luidde:

"Gij looft ende zweert dat Gij een vroom en getrouw Ette wilt zijn, over alle Processen en Zaken die hier zullen dienen, rechte oordelen en Sententien helpen vinden. En zullen niet te laten om Lief en Leed, Giften of Gaven, Vriendschap of Vijandschap, of om enige andere zaken. Zo ware helpe u Godt Almachtig".

Op grond van de uitspraken van de Etstoel waren langzamerhand ongeschreven regels ontstaan, waarvan sommige nog in ere worden gehouden, b.v. het recht van de derde garve (een garve is een schoof koren).

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch