Dingspil

Het "Dingspil" Norg

De Dingspil
De zes dingspillen van Drenthe

Drenthe was vroeger verdeeld in zes Dingspillen, n.l. Vries, Sleen, Diever, Beilen, Rolde en Anloo, onderverdeeld in kerspels. Norg behoorde tot het 5e Dingspil (Vries), gevormd door zes kerspels n.l. Vries, Eelde, Norch, Roderwolde, Roden en Peijze. Rijst de vraag: "Wat is een Dingspil, of ook wel Dingspel genaamd?"

"Ding" betekent "gerecht" en "spil" is "gebied", vandaar de naam Dingspil, ofwel Gerechtsgebied. Een dingspil-hoofdplaats was van groot belang. Het "ding" werd vroeger n.l. gehouden in de hoofdplaats van ieder dingspil, gelijk vermoedelijk aldaar ook de "Seend" (kerkelijke rechtsspraak) door de deken werd gehouden. De enige manier (aldus Prof. Gossen) om de oudste kerken te vinden, is de "seendkerken" op te zoeken. In de oorkonden worden als zodanig genoemd Diever, Rolde, Beilen, Anloo en Vries. Hier ontbreekt dus Sleen.

Elk dingspil had een "Bannerschulte", d.w.z. (bemiddelend) ambtenaar tussen Drost en Schulte. In ieder kerspel was of kwam een Schulte die door de Bisschop van Utrecht ·werd benoemd en als leider van de plaatselijke besturen (de volmachten) werd belast met de handhaving van de publieke veiligheid. Bij het landrecht van 1614 is uitdrukkelijk bepaald, dat de Schul te moet rechten "nuchteren wesende". De Schul te was tevens rechter in hoogste ressort tot 10 Arends-gulden, bijgestaan door twee "keurnoten" (uitgekozen genoten, meestal uit de ridderschap of eigenerfden). Het schuitambt te Norg omvatte het buurschap Norg, Zuidvelde en Westervelde, Langelo, Een, Peest en Veenhuizen.

In 1802 werd de schulte van Norch ook aangesteld over Vries, zonder dat van samensmelting der beide schuit-ambten blijkt. Ook later trad dezelfde schulte voor beide schuitambten op. In 1805 werd de schulte van Vries in Norch aangesteld tot geauthoriseerd schulte over Eelde. In het Landrecht van 1412 zegt het eerste artikel, dat de Drenthen vanouds het vrije recht hebben per dorp, per dingspil en ook als landschap Drenthe, bijeen te komen om landzaken te regelen. Het Landrecht verklaarde de ·bevolking ook vrij van de krijgsdienst, wanneer het niet de verdediging van eigen gebied betrof. Zo is het vanouds dus een bizonder gewest geweest, met een eigen regering, eigen rechtspraak en eigen wetten.

De Landdagen (tweemaal per jaar) werden door de Drost geleid. De eigenerfden moesten -minstens 32 mudde zaailand hebben met eigen huis en aandeel in de gemeenschappelijke gronden . Belangrijke zaken werden door Drost en 24 Etten behartigd, die over jacht en visserij verordeningen maakten. Over het burgerlijk Bestuur werd gehandeld in de volgende vergaderingen:

1. Landdagen, meestal op vaste plaatsen, vooral Grollerholt en Bisschopsberg (Havelte). In Grolierholt is tot ver na1700 nog vergaderd.

2. Hagespraken, voor eigenerfden van één of meer dingspillen.

3. Buren- of boerenvergaderingen en Markevergaderingen. Deze maakten verordeningen, b.v. over gezamenlijk zaaien, oogsten en weiden en schapen op de stoppel, zoals vroeger de boeren in Norg door de boerhoorn in het Norgerholt werden bijeen geroepen om te vergaderen.

Over de rechtspraak het volgende: Ieder moest op het ding in het dingspil aangifte doen van de hem bekende strafbare feiten, waarbij men verplicht was te verschijnen. In ieder dingspil 3 dingen 's jaars. De Drost leidde; zijn kosten en die van 13 paarden en 13 personen kwamen ten laste van het buurschap of de marke, waarin het ding plaatsvond. Goorspraken waren bijeenkomsten waar alleen de op geroepenen moesten verschijnen en welke door de Drost werden bekostigd.

Kwam een zaak in schorsing, dan kwam zij op een "Rogt". Een Rogt wil dus zeggen: "getuigenverhoor". Tegenverhoor heet "Contra-rogt". Een nieuw verhoor heet "Spring-rogt". Conclusie: Het buurschap is dus gelijk aan marke. De marken zijn de voorlopers geweest van het huidige kadaster en de kadastrale secties.

Het kerspel is als voorgangster der gemeenten aan te wijzen. Heel typisch is, dat de indeling der dingspillen ongeveer gelijk is aan de kieskringen van het huidige Drents Landbouwgenootschap. Algemeen mag worden aangenomen, dat de kerken in de zes hoofdplaatsen de oudste kerken van Drenthe waren.

"Geschiedenis én Historie welke waard zijn bewaard te worden voor ons nageslacht."
- Historische Vereniging Norch